Wie wordt nu kwaad op een banaan?

Ik ben een grote fan van verkleedfeestjes. Op de een of andere manier leiden ze altijd tot ongeremd topamusement. Daar is volgens mij maar één verklaring voor. Je kunt je simpelweg meer permitteren in een belachelijk kostuum dan in deftige avondkledij. Je hoeft je nergens voor te schamen. Alles kan, alles mag en iedereen kan zich veilig verstoppen achter een personage. Nooit eerder geziene taferelen dienen zich aan: Kabouter Plop komt plots weg met seksistische uitspraken en cowboys en indianen draaien elkaar een tong. Persoonlijk zou ik graag eens in een bananenkostuum naar een feestje gaan. Dan zou ik pas echt mijn gedacht zeggen. Gewoon omdat het kan. En omdat niemand kwaad zou worden op een dikke banaan.

Die gedachte kwam onlangs in me op tijdens een busrit met lijn 58 van Gent naar Maldegem. Die rit duurt gewoonlijk 1 uur en 15 minuten omdat de bus op allerlei verafgelegen plaatsen stopt. Zo passeert hij bijvoorbeeld in Eeklo, een stad die bekend staat om zijn marginaliteit. Het is altijd spannend wanneer je de haltes in Eeklo nadert. Meestal krijg je vanaf dan gezelschap van dronkenlappen. Ze prijzen zich vol zelfvertrouwen aan, niet wetende dat vrouwen geen natte foef krijgen van de geur van alcohol, oud zweet en Bastos sigaretten.

Gelukkig verliep het dit weekend anders. Aan het station stapte een groep bevriende Eeklonaars op, onder wie een man met zijn twee kinderen. De kinderen droegen een Dracula-kostuum. Ik schrok even toen ik hun gezicht in de weerspiegeling van het venster zag. De vader was kaal, had flaporen en droeg een Adidas-vestje van het old school type. Hij nam plaats tegenover mij. Zijn vrienden gingen op verschillende plaatsen zitten alsof ze al jaren een vaste plek hadden en daar ook nu niet van wilden afwijken. Omdat ze zo ver van elkaar zaten, moesten ze luid praten. Algauw ontstond een geanimeerde conversatie. De vrienden vroegen de man waarom hij zelf niet verkleed was voor Halloween. Vooraleer hij iets kon zeggen, gaven ze het antwoord al: omdat hij er al griezelig genoeg uitziet met ‘zijn koale biewde’ (lees: zijn kale knikker). Iedereen lag dubbel. De man ook. Toch voelde hij de noodzaak om zich te verdedigen. “Ik kan iets wat jullie niet kunnen. Ik kan mijn hoofd in een vrouw steken. Ik trek een condoom over mijn kop en hop, ik ga binnen.” Zijn vrienden bereikten een hoogtepunt. Het lachgebrul kwam van diep in de keel en ging bij iedereen spontaan over in een rokershoestbui.

Ook reizigers die niet tot het selecte groepje behoorden, lachten naar elkaar. Iedereen begreep de situatie. Ook ik kon me moeilijk inhouden en voelde plots veel sympathie voor die man. Zijn vuile praat klonk allesbehalve beledigend. Ik was zelfs een beetje jaloers op zijn boertige uitspraken en de spontaniteit waarmee hij ze verkondigde. Vooral omdat hij ze kon zeggen zonder bananenkostuum.

Advertenties

Waarom ik al mijn dromen opzij zet voor de grillen van mijn lief

Hij zit op ongeveer 50 meter van mij, op een bankje onder een boom. Hij leest een boek uit de stapel ‘om mee te nemen op reis’ die hij op voorhand had klaargemaakt. Ook draait hij met zijn vinger onophoudelijk in de krullen van zijn haar. Dat doet hij altijd wanneer hij zich concentreert. Het is me een beeld: mijn lief met zijn bleke huid op een bankje in het enige plekje schaduw van de tuin, verzonken in een boek – het is bijna een instagramfoto waardig. Ikzelf lees ook terwijl ik aan de rand van het zwembad zit met mijn voeten in het water. Af en toe kijk ik op om de omgeving te observeren. Zoals nu.

We zitten in een motel in the middle of nowhere van Piemonte, Noord-Italië. Hier zijn we aanbeland na een lange discussie over onze reisbestemming. Hij wou, na een periode van opstapelende stress, uitrusten. Als het alleen van hem afhing, zaten we drie weken in een all-in hotel boeken te lezen – en op restaurant onszelf te haten uit schuldgevoel voor de overvloedige koolhydraten waarmee we ons volpropten. Ik daarentegen wil de hele wereld zien. Het liefst ga ik zo ver mogelijk naar een land waar nog niemand van mijn vrienden is geweest. Niet dat het mij gaat om passie, aantrekkingskracht of honger naar nieuwe culturen, ik wil gewoon kunnen imponeren met reisfoto’s.

Waar ik dan effectief heen wil? Geen idee. Er zijn te veel landen om te bezoeken, te veel stranden om aan te liggen en te veel mensen aan wie ik te bewijzen heb dat ik me geweldig amuseer. Ik ben dan ook stiekem opgelucht wanneer mijn lief het heft in handen neemt en voorstelt om naar Zuid-Frankrijk en Noord-Italië te gaan, op roadtrip. Ik ga vrijwel onmiddellijk akkoord, alleen al omdat ‘roadtrip’ ongelooflijk stoer klinkt.

Dus hier liggen we dan: ik aan het zwembad, hij onder een boompje. Ik voel me ontspannen. De andere gasten hebben het hotel al sinds de vroege ochtend verlaten om te gaan ‘bezoeken’, maar wij niet. Eindelijk lees ik De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch: een boek waarvoor ik in de nuttige delen van mijn leven geen tijd heb. Ik kijk ook uit naar de laatste aflevering van seizoen vijf van Game of Thrones die we vanavond zullen bekijken. Er is geen serie die me meer adrenaline geeft.

Terwijl ik me dat bedenk, word ik terug tot de realiteit geroepen. Mijn lief is naar me toegekomen met een voorstel. We gaan straks iets eten in een pizzeria in Savigliano, een klein stadje op vier kilometer van ons hotel. Wanneer we effectief onze pizza verorberen in zijn gekozen stadje in zijn gekozen restaurant, besef ik dat ik de allerminste drang voel om een instagramfoto te uploaden. Ik zie er simpelweg het nut niet van in. Of toch? Er bestaat een grote kans dat we elkaar na het eten zullen haten door te veel koolhydraten in ons systeem. Misschien toch nog snel een fotootje uploaden zodat dit moment van plezier niet ongezien blijft.

PS: Seizoen zes van Game of Thrones is super slecht, wat een saaie goednieuwsshow! Hold the door? Really?

 

Spiegeltje, spiegeltje

Na twee maanden vakantie is het tijd voor een tussentijdse evaluatie van mijn leven. Even scrollen door mijn Facebookpagina en we weten hoever we staan. Of net niet. Ik zie geen selfies op een terras met een dikke cocktail, mijn huid is op elke foto zo bleek als die van sneeuwwitje en de statussen met goodlife hashtags ontbreken in alle talen. De zomer is nochtans echt een binnentikkertje. Je wordt bekeken en benijd by just having fun. Ik zat opmerkelijk vaak gewoon thuis, binnen. Soms legde ik mezelf druk op “doe nu eindelijk eens iets tofs”. Hoe kan het zover komen, dat plezier maken gepaard gaat met prestatiedrang?

Misschien heb ik een nieuw kapsel nodig. Een nieuw kapsel, een nieuwe fase, een nieuwe ik. Dan zit ik daar proper met mijn likes bij een foto van mijn gewaagde coupe zonder richting. Of we houden het simpeler, we dikken gewoon wat fotomateriaal aan. Maar fuck, ik kan geen bewijsmateriaal aandikken dat gewoon niet bestaat. Word ik eigenlijk wel nog bekeken op Facebook? Misschien kom ik straks op de dodenlijst en wenst Mark Zuckerberg mij persoonlijk rust in vrede toe.

Ik moet mij herpakken. Maar met die gedachte komt telkens het besef dat ik geen geld heb. Ik zit officieel aan de grond en moet dringend een job zoeken. Ik gaf mezelf twee maanden de tijd om te tobben in mijn uitstelgedrag. Eerst dacht ik “oh yes, nog wat tijd om boeken te lezen en mij intellectueel bij te schaven. Misschien moet ik zelfstandig een nieuwe taal leren, super leerrijk.” Maar laat ons eerlijk zijn, die interesse houdt op wanneer er tijd voor is. Dan wil je een druk leven zonder ruimte daarvoor. Ik kan simpelweg de deadline van het fatsoenlijke leven niet meer voor me uitschuiven. Ik verveel me ook gewoon. Zelfs zo erg dat ik sinds kort jaloers ben op jonge moeders en hun baby’s. Ze verwierpen de carrièredrang en hebben nu de handen vol met het veiligste doel dat een vrouw kan hebben.

“Genoeg, Roos, stop met zeveren en get your act together.” Zo doen we dat dan, onszelf aanmoedigen. Bij deze deel ik met vreugde mee dat ik in blijde verwachting ben van een brainless job. Het klinkt niet ambitieus maar niets is minder waar. Ik wil overleven en mij daarnaast focussen op mijn kunst. Jawel, mijn kunst. Ik weet bij god niet meer wat dat inhoudt want het vereist zoiets abstracts als talent. Hoe maak je dat in 2015 op een originele manier concreet? Hoe kun je nog uitblinken en van enig belang zijn? Alles is al gedaan, zelfs op verschillende manieren. Enfin, ik zie het echt keihard zitten.

Ondanks mijn positieve moed, heb ik regelmatig dezelfde nachtmerrie. Ik sta voor een spiegel en heb een wit jurkje aan. Ik vraag, gewaad in kwetsbaarheid, of ik “het” zal maken in mijn leven. In de spiegel verschijnt een eng, hoekig masker dat venijnig glimlacht. Het doet geen enkele moeite om mij op mijn gemak te stellen en zegt:

“Roos, mijn kind, je moet je dromen bijstellen. Bekijk het eens, je wou als kind prinses worden. Tijdens je pubertijd wou je beste vriendin van Beyoncé zijn. Daarna wou je een bekende Vlaamse actrice worden. Nu zal je algauw tevreden zijn met een amateurgezelschap. Je passie zal je hobby worden. Maar daarnaast zal je rust vinden in een middelmatige job. Meer nog, je zal uitblinken in de middelmatigheid.”

Na het antwoord krijg ik een emmer water in mijn gezicht. Net voor ik wakker schiet, stel ik vast hoe het natte, witte jurkje aan mijn huid plakt. Elke lichaamsplooi is zichtbaar.

Het verdict

Vandaag zal het verdict vallen. Vandaag krijgen wij, de overblijvende elf studenten eerste bachelor drama, te horen wie van ons over mag naar het volgende academiejaar. Wie haalt de tweede ronde in de afvalrace naar de illusoire kinderdroom? Ik ben zoals altijd voorbereid op het ergste en ben er al een tijdje van overtuigd dat ik er niet bij zal zijn. Niet om mij al op voorhand in een slachtofferrol te wentelen maar gewoon vanuit oprechte intuïtie. Ondanks dat besef, koester ik toch de kleine hoop op een verrassing. Wie weet ben ik er toch bij, dat zou zo veel rust brengen in mijn hoofd. Als ik mag vertrouwen op mijn ervaring uit het verleden, zou dat best kunnen. Zowel in de middelbare school als op de universiteit was ik de typische strever die vanuit panische angst altijd op alles zou buizen. Het tegendeel deed veel van mijn vrienden zuchten. Wat zou ik maar al te graag opnieuw in zo’n situatie van zelfonderschatting belanden. “Maar allez, Roos, gij gaat altijd uit van het slechtste, dat is voor niets nodig” zou dan naar goede gewoonte gevolgd worden door “ziede wel, drama voor niets”. Maar eigenlijk zou dat vooral betekenen dat ik nog een jaar niet actief moet zijn op de arbeidsmarkt. Daar heb ik voorlopig niets te zoeken met mijn onproductieve theatrale persoonlijkheid.

Ik zit met de rest van mijn klas te wachten op de gang. Achter de stalen deur zijn de docenten in gesprek met een medestudente. Na haar is het mijn beurt om te ondergaan hoe enkele wannabe mystici over mijn toekomst beslissen. Het idee doet me zweten. De onderkant van mijn billen lijkt verschroeid en is één materie geworden met de houten stoel. Mijn zelfvertrouwen glijdt weg uit mijn okselvijvers. Dan gaat de deur gaat open:

Geslaagde medestudente: “Oh, het was allemaal mega positief en ze vroegen mij naar welke module ik het meest uitkijk volgend jaar, en dat ik gewoon mezelf meer moet uitdagen maar ze waren over het algemeen dus heel content van mij en ik mag sowieso over… En, oh ja Roos, jij bent de volgende.”
Roos: “Ooooh, echt mega goed, ik ben echt blij voor u, dikke proficiat eh, amai zeg…, pfoeh, ok als het aan mij is, zal ik maar eens naar binnengaan eh, hehe. Ok, guys, wens me veel geluk.”
Medestudenten in koor: “Jaaa, toi toi he!!!!!!”

“Toi toi” is in het theater een algemeen aanvaarde term om iemand geluk te wensen vlak voor een voorstelling. Men vergelijkt het vaak met de Engelse variant “break a leg”. Van belang is dat “veel succes” in diezelfde context niet gebruikt mag worden want dat kan ongeluk brengen. Als ik door mag naar het volgende jaar, zoek ik eerst en vooral uit welke OEN met het idee kwam om daar een punt van te maken.

Ik ga binnen. Daar zitten ze dan, de vierkoppige jury: het opleidingshoofd, de spraakdocente en de twee begeleiders van de eindmodule. De weg naar de ongezellige tafel wordt kouder met de voetstap maar toch voel ik me steeds meer zweten. Mijn voet schuift in mijn schoen en maakt het geluid van een scheet. Het kan even goed een echte zijn want beide gevallen duiden op ontsnapte stress via onbewaakte lichaamsgaten. Als onprettig bijgevolg krijg ik een rode kop. Hoe dichter ik de tafel benader, hoe kleiner ik me voel. Ik zet me neer en beland in een ongemakkelijke stilte die me nog onzekerder maakt. Fuck, ik zie het al in hun ogen. De gewaande dokters van het theater zullen me vertellen dat mijn gebrek aan talent niet te genezen valt en dat geen enkele operatie mijn West-Vlaamse tongval kan omzetten in een Brabantse. De spanning stapelt zich op en baant zich een weg naar mijn keelgat. Een nog net onderdrukte huiluitbarsting houdt elk stemgeluid vast. Het duurt dan ook veel te lang vooraleer ik kan antwoorden op de vraag: “Ok Roos, wat vond je er zelf van?”

Parkeren

Het is een bloedhete zaterdag. Zo’n extreme Belgische zomerdag die plots opduikt na een lange periode van miserabel prutsweer. Mensen hebben hier lang op gewacht en zijn opgelucht. Geef ze er vijf dagen van en ze neuten dat het toch wel wat minder mag zijn. Alle ledematen plakken onophoudelijk aan elkaar en geen douchebeurt die het kan verhelpen. Het weer misbruikt als eeuwige dekmantel voor existentiële frustratie. In die hitte rijd ik naar mijn lief, ongeveer drie kwartier in de auto. Met de zonnebril op, het raam open en de muziek op bibberende bas, vertrek ik. Ik waan mijzelf ontzettend stoer in de zwarte gezinswagen van mijn moeder. Het toyota’tje heeft zich gevormd naar haar gewoontes en trekt daardoor tergend traag op. Stilgevallen aan de verkeerslichten? Niets van aantrekken, gewoon raam dicht en vloeken wanneer alle getuigen voorbij zijn geschoten. Wanneer ik eindelijk arriveer, ben ik uitgeput door mijn stoer gedrag. Maar goed, we zijn er. Voor één keer zonder krassen, niet zoals een tijd geleden toen ik langs de stalen poort van een vriendin was geschuurd. Dit gebeurde nota bene vlak naast een druk restaurant waar buiten een groepje volbeboefte mannen stond. Ik bezorgde de dankbare toeschouwers het spektakel van de week.

Gelukkig niets van dat alles. Dacht ik. Helaas, in mijn leven is een dag pas geslaagd wanneer zich minstens één complexe situatie heeft aangediend waar ik niet mee om kan. Met hysterische uitspattingen als gevolg. Dat moment biedt zich nu aan, ik moet nog parkeren. Even mijn hartje op vijfduizend toeren want er is nog één plekje waar ik nét inpas. Om het nog erger te maken, staat er vijf man toe te kijken in een straat waar normaal geen kat te zien is. Nu ja, ik moet het ondergaan, er is geen ontkomen aan. Ik maak me zo klein mogelijk en murw me in de gedaante van gekrompen omaatje met de handen stevig geklemd op tien voor twee. Langzaam rijd ik naast de auto waarachter het gat is. Daar gaat het al mis. De spiegels missen elkaar op een haar na. Ondertussen al vijf paar ogen op me gericht. Mijn voeten krijgen steeds meer adrenaline en kunnen niet meer elegant ontkoppelen. Wat een lawaai! Maar vooral, wat een gepruts! Uiteindelijk sta ik in ideale startpositie. Als het nu niet lukt, schaam ik me kapot. Iedereen die ooit rijlessen heeft gehad, kan vanuit deze positie perfect parkeren. Toch begin ik te draaien zonder enige berekening. Hoe was het ook weer, de spiegels 45 graden draaien? Lap, ik sta te ver en raak de borduur. Op mijn rijexamen parkeerde ik op goed geluk en dat werpt nu zijn vruchten af. Karma is a bitch!

De mislukking hebben de 5 ramptoeristen al kwijlend van genot zien aankomen. Was ik nu maar één van hen, dan kon ik ongegeneerd genieten vanuit een veilige voyeurspositie. Opgelucht dat het een ander overkomt. Het duurt letterlijk drie pogingen tot ik, neen, niet in het gat sta maar wel een nieuwe actie onderneem. Ik stap uit en bel mijn lief. God hebbe zijn ziel! In badjas komt hij op straat. Zijn katerkop mag als eerste gezicht van de dag, het smekende van mij begroeten. Zonder al te veel woorden, trekt hij de sleutel uit mijn handen en kruipt in de auto. En hoe vlot en stoer en zelfverzekerd het parkeren gebeurt, krijg ik niet op papier gezet.

Wanneer we binnen zijn, kijk ik mijn lief aan met waterige puppy-ogen in de hoop dat hij me troost voor mijn falen. Niets daarvan, ik word uitgelachen. Ik ga naar boven en leg me neer op bed. Ik roer mijn gedachten nog even in de pot van zelfmedelijden die mijn hoofd nu is. Geleidelijk aan kom ik tot besef. Mijn vrouwelijke hulpeloosheid bereikte hoge pieken vandaag. Ik kan niet parkeren en zonder mannelijke countering sturen mijn impulsen me alle kanten op. Wat ben ik toch een alles bevestigend cliché!!! Maar ok, hoe ging het ook weer? Vuist omhoog voor.. euh… girlpower?!!.. Wij.. zijn.. ahum… het stERKE!!!!!! (oeps, dat was echt veel te luid) …. geslasssshhhhht.