Sla mij!

Als kind moest ik het vaak ‘gaan uitleggen bij de directeur’. De reden? Ik had weer eens boel met een vriendin. Gelukkig was ik dus nooit alleen, we waren altijd met twee. Soms zelfs met drie. Tegen dat we bij zijn kantoor aankwamen, wisten we meestal niet meer waarom we boos waren. Had ik háár beste vriendin afgepakt? Zij de mijne? Of was een van ons de afgepakte speelbal in de bezitterige strijd?

Een constructief gesprek kon je het niet noemen. Het bestond vooral uit eenrichtingsverkeer van de directeur. Hoopte hij op interactie, dan was hij eraan voor de moeite want mijn vriendinnen en ik zwegen. Dat konden we goed: zwijgen en de frustratie in onszelf opbouwen. Daarom vroeg de directeur of we onze tong hadden ingeslikt. We lachten dan wat onwennig. Maar meer input kreeg hij niet. Dus om ervan af te zijn, gaf hij ons een opdracht mee: ‘Denk er thuis nog maar eens goed over na. En probeer elkaar een beetje te accepteren. Niemand heeft graag ruzie.’

Terwijl ik luisterde naar zijn advies, dwaalde mijn aandacht af. Naar buiten. Naar de jongens op de speelplaats. Als ze ons niet stonden uit te lachen voor het raam, waren ze zelf boel aan het maken. Meestal had een groepje etters de bal afgepakt en liep de rest hen achterna. Eenmaal tot stilstand gekomen, schopten ze erop los, duwden elkaar op de grond en sloegen elkaar in het gezicht. Met bloedneuzen tot gevolg. Hoe barbaars. En het zotste van al was dat ze daarna gewoon weer verder speelden, alsof er niets was gebeurd.

Thuis deed ik echt mijn best om nog eens na te denken over mijn ruzie. Niet zomaar nadenken, neen, eens echt GOED nadenken. Maar het werd me nooit helemaal duidelijk wat ik precies verkeerd had gedaan. Ik kon de aanloop naar de ruzie simpelweg niet reconstrueren. Het enige wat ik wou, was een manier om een einde te maken aan het conflict. Zodat we niet langer moesten zwijgen. Zodat de frustratie eruit kon. En zodat we opnieuw verder konden met ons leven. Daarom hoopte ik vurig op een opwachting aan de schoolpoort, een massagevecht op de speelplaats of gewoon een slag in mijn gezicht. Het liefst met bloedneus tot gevolg.

Advertenties